Anti-Rokers: Het doel heiligt de middelenTerug naar Hoofdmenu

Reactie op de Europese Code Tegen Kanker

Origineel is te vinden op: http://telescan.nki.nl/code/code.html.

Leugens en halve waarheden over de gevaren van roken

De zwarte tekst is de oningekorte tekst over roken van de Europese Code Tegen Kanker. De donker-rode cursieve tekst is mijn commentaar.

Naar schatting hangt 25% tot 30% van alle kankergevallen in de ontwikkelde landen samen met roken (zie toelichting 1).

Toevallig ligt dit heel dicht bij het percentage rokers in de ontwikkelde landen.
In Nederland leidt dit tot de 'schokkende' conclusie dat 33% van de bevolking (de rokers) 25% tot 30% van alle kankergevallen aan het roken te danken heeft.

Uit in Europa, Japan en Noord-Amerika uitgevoerde studies is gebleken dat tussen 83% en 92% van de gevallen van longkanker bij mannen en tussen 57% en 80% bij vrouwen aan het roken van sigaretten kan worden toegeschreven. Tussen 80% en 90% van de kankergezwellen in de slokdarm, het strottehoofd en de mondholte houden verband met de gevolgen van roken, zowel afzonderlijk als in combinatie met alcohol.

Ook blaaskanker, alvleesklierkanker, nierkanker, maagkanker en baarmoederhalskanker vertonen een oorzakelijk verband met roken. Verder bestaan er aanwijzingen dat ten gevolge van roken ook het risico op leukemie en colorectale kanker groter wordt, hoewel het oorzakelijk verband hiervan niet erkend is.

Het 'oorzakelijk' verband waar hier over wordt geschreven is een epidemiologisch (statistisch) verband. Er is nog nooit een biochemisch bewijs gevonden!
Voor inhoudelijke kritiek op enkele van deze punten verwijs ik naar FORCES Canada:
(met dank aan Carol Thompson van de Smokers' Rights Action Group)

Wegens de langdurige latentie moeten de momenteel optredende en met roken samenhangende kankeraandoeningen in verband worden gebracht met het rookgedrag van meer dan twintig jaar geleden. Bijgevolg zal er een bepaalde tijd verstrijken alvorens uit een verminderd tabaksgebruik een afname van de incidentie van met kanker samenhangende kankeraandoeningen blijkt.

Een smoesje om te verdoezelen dat de enorme daling in het aantal rokers (van ca. 60% [1960] tot 35% [1995] van de bevolking) geen vergelijkbare daling in het aantal slachtoffers van 'rokersziekten' heeft bewerkstelligt, deze is tot 1985 sterk gestegen en toont sindsdien slechts een beperkte daling bij mannen. Bij vrouwen stijgt het aantal slachtoffers nog steeds. (Bron: WHO).
De anti-rooklobby spreekt zich ook tegen, later in deze tekst melden ze vrolijk:
"Er bestaan evenwel duidelijke en afdoende bewijzen dat het later buitengewoon hoge risico om aan een met het roken samenhangende oorzaak te sterven, voor een groot deel wordt vermeden, wanneer men stopt met roken voordat kanker of andere ernstige aandoeningen optreden. Dit is zelfs het geval wanneer men pas op middelbare leeftijd stopt met roken."
Hoe kan iemand die twintig jaar geleden rookte en gestopt is zowel zijn kansen op ziekten verminderd hebben én via de 'langdurige latentie' nog steeds van invloed zijn op de statistieken van vandaag?

Inmiddels bestaan er afdoende bewijzen dat het zogenaamde passieve roken nadelige gevolgen voor de gezondheid heeft. Op basis van de beschikbare epidemiologische gegevens heeft het Environmental Protection Agency in de Verenigde Staten in 1992 verklaard dat er bewijzen bestaan dat omgevingstabaksrook (environmental tobacco smoke - ETS) bij mensen longkanker kan veroorzaken.

Dit is absoluut niet afdoende bewezen. Het EPA-rapport is een schoolvoorbeeld van 'junk science'. Meer hierover op mijn EPA pagina.

Het risico op longkanker is hoger bij niet-rokende vrouwen met een rokende echtgenoot. Verder blijkt er een grotere kans op een hartinfarct te bestaan bij blootstelling aan omgevingstabaksrook en hebben kinderen waarvan de ouders roken vaker en in ernstiger vorm last van astma of van infecties van de hoge en lage luchtwegen.

Ook hier verhult het vage 'grotere kans' het feit dat er nooit wetenschappelijk aanvaardbare relatieve risico's zijn gevonden. De onderzoeken die geen of zelfs negatieve relatieve risico's hebben gevonden worden compleet genegeerd.

Roken kan meer dan twintig dodelijke ziektes, zoals longkanker en andere soorten kanker, hartkwalen, hersenbloedingen, chronische bronchitis en andere ademhalingsaandoeningen veroorzaken. Het sterftecijfer van rokers op middelbare leeftijd (leeftijdscategorie van 35 tot 69 jaar) is drie keer zo hoog als dat van niet-rokers;

Nog zo'n standaardverhulling: anti-rokers houden niet van absolute cijfers.
De absolute gemiddeld kansen op overlijden volgens het CBS zijn:
Leeftijd: Mannen Vrouwen
30 - 44: 0,13% 0.09%
45 - 64: 0,94% 0.47%
Dus zelfs als het sterftecijfer drie keer zo hoog zou zijn als het hoogste gemiddelde praten we slechts over een kans van 2.82% voor mannen tussen de 45 en 64 jaar.

ongeveer de helft van de regelmatige rokers sterft uiteindelijk aan de gevolgen van deze gewoonte.

Hier zit de truc in het woordje 'uiteindelijk'. Ook rokers die op hun honderdste overlijden aan longkanker vallen hieronder! Nòg meer schokkend nieuws: ook niet-rokers sterven uiteindelijk!

Velen onder hen zijn niet eens bijzonder zware rokers maar zij zijn al als tiener met roken begonnen. De helft van de sterfgevallen ten gevolge van roken vindt plaats op middelbare leeftijd (35 tot 69), waarbij de levensverwachting telkens ca. 20-25 korter is dan bij niet-rokers: de andere helft van de sterfgevallen treedt op na het zeventigste jaar.

In andere woorden: Bij bijna de helft van de gevallen kan men niet serieus spreken over 'vroegtijdig' overlijden.
De claim van 20-25 is echter omstreden. Als men naar de cijfers van "National Health Interview and the National Mortality Follow-back Surveys" in de VS kijkt blijkt dat het verschil tussen nooit-rokers en huidige rokers in de leeftijdscategore 25-29 jaar zeven jaar bedraagt, terwijl het verschil afneemt tot 3 jaar bij de leeftijdscategorie 75+. Ook is het feit interessant dat een rokende vrouw nog altijd een langere levensverwachting heeft dan een niet-rokende man.
Een ander voorbeeld van de onbetrouwbaarheid van geclaimde gegevens is het feit dat de Stivoro een verlies van gemiddeld
13 jaar claimt...

U kunt hier meer over 'de verloren jaren' lezen in een ander artikel van Carol Thompson.

Er bestaan evenwel duidelijke en afdoende bewijzen dat het later buitengewoon hoge risico om aan een met het roken samenhangende oorzaak te sterven, voor een groot deel wordt vermeden, wanneer men stopt met roken voordat kanker of andere ernstige aandoeningen optreden. Dit is zelfs het geval wanneer men pas op middelbare leeftijd stopt met roken.

Wereldwijd sterven jaarlijks naar schatting drie miljoen mensen aan de gevolgen van roken. Het aantal sterfgevallen ten gevolge van tabaksgebruik in de tweede helft van de twintigste eeuw wordt op 60 miljoen geraamd. In de meeste landen moeten de belangrijkste gevolgen van de tabaksepidemie nog komen. Dit geldt in het bijzonder voor vrouwen in de industrielanden en bepaalde bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden, daar het aantal sterfgevallen door tabaksverbruik tegen de tijd dat de nu nog jonge rokers de middelbare of oudere leeftijd bereikt hebben rond tien miljoen per jaar zal bedragen.

Wij kunnen ervan uitgaan dat ongeveer 500 miljoen mensen in de hele wereld aan de gevolgen van roken zullen sterven en dat rond de helft van deze sterfgevallen vroegtijdig zal optreden en personen van middelbare leeftijd zal treffen.

Daar kunnen we dus helemaal niet van uitgaan. De vroegere voorspelling dat minder rokers grote invloed zou hebben op het aantal sterfgevallen door rokersziekten is ook niet uitgekomen. Deze theorie is vervangen door de 'theorie van de langdurige latentie'.

De situatie in Europa is bijzonder zorgwekkend. In de Europese Unie worden na China (1 675 miljard) de meeste sigaretten geproduceerd (1993: 694 miljard), en ze is de grootste sigarettenexporteur (218 miljard). In Midden- en Oost-Europa neemt het aantal rokers voortdurend toe. Van de zes WHO-regio's heeft Europa het hoogste sigarettenverbruik per capita. Europa wordt rechtstreeks met de grote uitdaging geconfronteerd de WHO-doelstelling van minstens 80 % niet-rokers van de bevolking te bereiken.

De situatie is zorgwekkend omdat we een WHO-doelstelling niet halen?

In de Europese Unie rookt momenteel (voorjaar 1994) 42% van de mannen en 28% van de vrouwen regelmatig. Het percentage van de vrouwen wordt door de lage cijfers in de Zuideuropese landen geflatteerd. Er bestaan echter aanwijzingen dat de percentages daar stijgen en dat dit ook in de komende tien jaren nog het geval zal zijn. Bovendien is het percentage rokers in de leeftijdscategorie van 25 tot 39 jaar hoog (55% van de mannen en 40% van de vrouwen), hetgeen waarschijnlijk aanzienlijke gevolgen voor de kankerincidentie zal hebben. Het is bijzonder zorgwekkend dat het aantal rokers onder de huisartsen, die een voorbeeld van gezondheidsbewust gedrag zouden moeten zijn, in vele delen van Europa nog steeds zeer hoog is. Daartegen zou onmiddellijk iets ondernomen moeten worden.

Hier wordt dus gewoon toegegeven dat een groot deel van de 'wondermiddelen' om het aantal rokers te verminderen niet werkt:
Verbod op tabaksreclame is in veel landen van Zuid-Europa al enkele jaren van kracht.
Voorlichting heeft zelfs bij huisartsen een beperkt effect.

Uit de ervaringen is gebleken dat veranderingen in het rookgedrag voornamelijk maatschappelijk bepaald zijn en niet zozeer door op het individu gerichte maatregelen als programma's voor het stoppen met roken worden bereikt. Maatregelen zoals een reclameverbod en verhoging van de sigarettenprijzen zijn hoofdzakelijk van invloed op het koopgedrag van jongeren. Bijgevolg kunnen de risico's van roken voor de volksgezondheid alleen worden verminderd door een gericht anti-rookbeleid en de ervaring heeft geleerd dat dit het beste kan gebeuren in de vorm van acties om jongeren van het roken af te houden en acties om rokers bij het stoppen te ondersteunen.

Waar heeft de ervaring dat geleerd? In practisch heel Europa stijgt het aantal rokende jongeren de laatste jaren weer, ondanks vele prijsverhogingen en verboden op reclame.

Wil het succesvol zijn, dan moet een dergelijk anti-rookbeleid veelomvattend zijn en gedurende lange tijd worden volgehouden. De vereisten zijn onder andere: belastingverhogingen voor rookartikelen, een totaal verbod op directe en indirecte reclame, rookvrije zones in afgesloten openbare ruimten, gezondheidsopvoeding, doeltreffende waarschuwingen op rookartikelen, een beleid inzake lagere maximumwaarden voor het teer- en nicotinegehalte van sigaretten, aanmoedigingen om met het roken op te houden en individuele gezondheidsprogramma's.

Nogmaals, Waar hebben deze maatregelen nou ooit gewerkt?
Gelukkig volgt er een poging tot een antwoord.

Het belang van passende maatregelen blijkt wel uit de lage percentages longkanker in de Scandinavische landen, die al sedert het begin van de jaren zeventig geïntegreerde centrale en lokale beleidsmaatregelen en programma's tegen het roken hebben.

De Scandinavische landen? Aleen Zweden en Finland (technisch geen een Scandinavisch land) hebben lage percentages. Noorwegen en Denemarken daarentegen hebben relatief hoge percentages!
Kijken we naar jongeren dan zien we dat Finland bovenaan staat als het gaat om percentages van 15-jarige jongeren die roken, de overige Scandinavische landen scoren ook niet bijzonder goed. Is het effect uitgewerkt?
En waarom worden al die landen waar hogere prijzen, tabaksreclameverboden en steeds meer voorlichting niet hebben gewerkt gewoon genegeerd?

In het Verenigd Koninkrijk is het tabaksverbruik sinds 1970 met 30% gedaald en neemt de longkankermortaliteit bij mannen sinds 1980 af, hoewel ze nog steeds zeer hoog is.

Genegeerd wordt het feit dat ook het aantal rokende vrouwen in die periode sterk is afgenomen, maar de longkankermortaliteit bij vrouwen nog steeds toeneemt!

In Frankrijk is het tabaksverbruik ten gevolge van de met de wet Evin ingevoerde anti-rookcampagnes tussen 1992 en 1993 met 8% gedaald.

Uit dezelfde beschikbare cijfers over 15-jarige jongeren blijken Frankrijk, Schotland en Noord-Ierland bij hoogste percentages rokende jongeren te horen.
Waaruit blijkt nu de werking van 'actieve anti-rookcampagnes'?

Daarom moet de eerste aanbeveling van de Europese code tegen kanker luiden:

ROOK NIET. Roken is de meest voorkomende oorzaak van vroegtijdige dood.

ROKERS, STOP ZO SPOEDIG MOGELIJK MET ROKEN. Wat de verbetering van de algemene gezondheidstoestand betreft, kan het later buitengewoon hoge risico om aan een met het roken samenhangende oorzaak te sterven, voor een groot deel worden vermeden, wanneer u stopt met roken voordat kanker of andere ernstige aandoeningen optreden. Dit is zelfs het geval wanneer u pas op middelbare leeftijd stopt met roken.

Maar de 'langdurige latentie' dan?

ROOK NIET IN DE AANWEZIGHEID VAN ANDEREN. Uw roken kan nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid van andere personen in uw omgeving.

Geen wetenschappelijk bewijs voor.

ALS U NIET ROOKT, EXPERIMENTEER DAN NIET MET TABAK. De meeste niet-rokers die een paar sigaretjes proberen, raken verslaafd. Ophouden is moeilijk voor iemand die eenmaal met roken is begonnen.

Hetzelfde geldt voor koffie, bier, whiskey tv kijken en internetten...

Voor verdere informatie verwijs ik graag naar de pagina's van FORCES.


[ Terug naar hoofdmenu ]