Anti-Rokers: Het doel heiligt de middelenTerug naar Hoofdmenu

Nieuwe berekening:
20% minder sterfgevallen door roken!

Hoe hard zijn de 'feiten'?

Jarenlang is ons door Nederlandse organisaties tegen roken voorgehouden dat roken de samenleving rond 30.000 sterfgevallen per jaar kost. Sinds augustus blijkt uit een nieuw rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat het aantal, door "geactualiseerde berekeningen", ruim 23.000 sterfgevallen bedraagt: 6.000-7.000 minder!.

Hoe is deze enorme daling bericht? Het RIVM, nota bene het instituut dat de nieuwe berekening heeft uitgevoerd rept in haar persbericht in het geheel niet over de daling. De Telegraaf kopte met: Sterfte rokers in Nederland grootst, gevolgd door een artikel waarin geen enkele melding wordt gemaakt van de daling. Ook in de overige media heb ik er geen melding van kunnen vinden.

Misschien is dat niet zo verwonderlijk. De daling is immers niet bereikt door een afname in het roken, of door verbeteringen in de medische wetenschap. De afname met ruim 20% is bereikt door: "de nu verdisconteerde lagere prevalentie van roken vanaf 60 jaar (met name onder de vrouwen) en de beschikbaarheid over cijfers geënt op de Nederlandse in plaats van Amerikaanse situatie".

De getallen van 29.000 en 30.000, die de Stivoro het publiek jarenlang, op hun website en in hun Postbus 51-folder, als "feit" of zelfs "hard gegeven" heeft gepresenteerd blijken na het bekijken van "betere data" noch feitelijk, noch hard te zijn geweest!

 
De hier volgende Stivoro-notitie, die mij door de stichting is toegestuurd, heb ik zo getrouw mogelijk in html omgezet. Informeer voor het origineel bij de
Stivoro

notitie mw aug 1997

Nieuwe berekening Sterftecijfers
i.v.m. uitgave Volksgezondheid Toekomst Verkenning 1997
van het RIVM (juli 1997)


Stichting Volksgezondheid en Roken

Stivoro volgt sinds 1993 het RIVM (Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 1993) in haar berekening van de sterfte door vier, aan roken gerelateerde aandoeningen (zie notitie mw juni 1994 "Sterftecijfers" jaarverslag 1993 - Stichting Volksgezondheid en Roken).

Overzicht totale sterfte door vier, aan roken gerelateerde aandoeningen in:
1992: 28.817
1993: 30.081
1994: 28.632
1995 29.043

Het RIVM publiceerde recentelijk (juli 1997) haar VTV 1997 als vervolg op de VTV 1993. Het RIVM presenteert in de VTV 1997 een geactualiseerde berekening van de sterfte door vier, aan roken gerelateerde aandoeningen, hetgeen resulteert in een totale sterfte van circa 23.000 sterfgevallen.


Tabel 1: Populatie attributieve risico (PAR*) van roken voor vier aan roken gerelateerde aandoeningen naar leeftijd en geslacht.
Risicofactor Ziekte PAR (%) voor 20-59 jr PAR (%) vanaf 60 jr
  mannen vrouwen mannen vrouwen
roken longkanker 89 78 86 65
roken coronaire hartziekten 41 40 35 25
roken beroerte 51 55 45 39
roken cara 77 76 72 61

*De kwantitatieve bijdrage van determinanten aan gezondheidsproblemen kan worden uitgedrukt in het Populatie Attributieve Risico (PAR). Deze maat beschrijft welk deel van ziekte of sterfte in de populatie toe te schrijven is aan de blootstelling aan een bepaalde determinant. Deze bijdrage wordt enerzijds bepaald door het vóórkomen (prevalentie) van de risicofactor in de bevolking en anderzijds door de sterkte van het verband tussen de risicofactor en het gezondheidsprobleem (meestal uitgedrukt in het relatieve risico). Het PAR geeft tevens een theoretische schatting van de gezondheidswinst die kan worden behaald door volledige uitschakeling van de risicofactor.


Tabel 2: Sterfte door vier aan roken gerelateerde aandoeningen in 1995
  LK* CARA CHZ Beroerte
(CVA)
Totaal
per geslacht
per leeftijd
Totaal
TOTALE STERFTE

Mannen
20-59 jr 1.134 114 1.652 336 3.236
60+ jr 6.271 4.095 10.217 4.437 25.020
  48.671
Vrouwen
20-59 jr 514 109 410 344 1.377
60+ jr 1.315 1.999 8.443 7.281 19.038

STERFTE DOOR ROKEN

Mannen
20-59 jr 1.009
(89%)
88
(77%)
677
(41%)
171
(51%)
1.945
60+ jr 5.393
(86%)
2.948
(72%)
3.576
(35%)
1.997
(45%)
13.914
  23.721
(49%)
Vrouwen
20-59 jr 401
(78%)
83
(76%)
164
(40%)
189
(55%)
837
60+ jr 855
(65%)
1.219
(61%)
2.111
(25%)
2.840
(39%)
7.025

* LK Longkanker
(inbegrepen de sterfte aan kanker aan de overige ademhalingsorganen)
CARA Chronische A-specifieke Respiratoire Aandoeningen
CHZ Coronaire Hartziekten
(CVA) Cerebrovasculaire Aandoeningen

Bronnen:
RIVM (1997). Volksgezondheid Toekomst Verkenning. De som der delen. Eindredactie: D. Ruwaard, P.G.N. Kramers. Amsterdam: Elsevier/Tijdstroom.
CBS (1996). Overledenen naar doodsoorzaak, 1995. Serie Al: volgens ICD, naar leeftijd en geslacht. Voorburg/Heerlen: CBS.

In aanvulling op de VTV 1993 zijn met name dankzij het ERGO- onderzoek** inmibdels ook prevalenties voor de betreffende risicofactoren op oudere leeftijd beschikbaar gekomen. Hierdoor is een betere onderbouwing van de bijdragen aan gezondheidsproblemen op bevolkingsniveau beschikbaar gekomen. Een opvallend verschil met VTV 1993 is de afgenomen bijdrage van roken aan de sterfte, vooral als gevolg van de nu verdisconteerde lagere prevalentie van roken vanaf 60 jaar (met name onder de vrouwen) en de beschikbaarheid over cijfers geënt op de Nederlandse in plaats van Amerikaanse situatie.

**ERGO-onderzoek: Erasmus Rotterdam Gezondheid en Ouderen - van o.a. lacqueline Witteman, Monique Breteler - vanaf 1990 - onder een kleine 8.000 mensen van 55 jaar en ouder uit de Rotterdamse wijk Ommoord - naar diverse aandoeningen op oudere leeftijd.
Jacqueline Witteman heeft tevens een lezing over "vrouwen en roken" voor ons verzorgd op het afsluitende congres van het themajaar "Stoppen met roken. Een gezonde instelling" van de NHS en Stivoro in 1995.
Zn deze lezing voerde zij de volgende argumenten aan voor de lagere populatie attributieve risico's van roken voor aan roken gerelateerde aandoeningen onder vrouwelijke 60+-ers:
- (longkanker): meer oudere vrouwen hebben niet of langdurig niet gerookt
- (hart- en vaatziekten): oudere vrouwen hebben minder gerookt en bij vrouwen op oudere leeftijd wordt de belangrijkheid van andere risicofactoren zoals hoge bloeddruk en cholesterol groter.

Bron:
RIVM (1997). Volksgezondheid Toekomst Verkenning. De som der delen. Eindredactie: D. Ruwaard, P.G.N. Kramers. Amsterdam: Elsevier/Tijdstroom.


[ Terug naar hoofdmenu ]