Nieuwe berekening:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 1992: | 28.817 |
| 1993: | 30.081 |
| 1994: | 28.632 |
| 1995 | 29.043 |
Het RIVM publiceerde recentelijk (juli 1997) haar VTV 1997 als vervolg op de VTV 1993. Het RIVM presenteert in de VTV 1997 een geactualiseerde berekening van de sterfte door vier, aan roken gerelateerde aandoeningen, hetgeen resulteert in een totale sterfte van circa 23.000 sterfgevallen.
| Risicofactor | Ziekte | PAR (%) voor 20-59 jr | PAR (%) vanaf 60 jr | ||
|---|---|---|---|---|---|
| mannen | vrouwen | mannen | vrouwen | ||
| roken | longkanker | 89 | 78 | 86 | 65 |
| roken | coronaire hartziekten | 41 | 40 | 35 | 25 |
| roken | beroerte | 51 | 55 | 45 | 39 |
| roken | cara | 77 | 76 | 72 | 61 |
*De kwantitatieve bijdrage van determinanten aan gezondheidsproblemen kan worden uitgedrukt in het Populatie Attributieve Risico (PAR). Deze maat beschrijft welk deel van ziekte of sterfte in de populatie toe te schrijven is aan de blootstelling aan een bepaalde determinant. Deze bijdrage wordt enerzijds bepaald door het vóórkomen (prevalentie) van de risicofactor in de bevolking en anderzijds door de sterkte van het verband tussen de risicofactor en het gezondheidsprobleem (meestal uitgedrukt in het relatieve risico). Het PAR geeft tevens een theoretische schatting van de gezondheidswinst die kan worden behaald door volledige uitschakeling van de risicofactor.
| LK* | CARA | CHZ | Beroerte (CVA) |
Totaal per geslacht per leeftijd |
Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| TOTALE STERFTE
|
||||||
| Mannen | ||||||
| 20-59 jr | 1.134 | 114 | 1.652 | 336 | 3.236 | |
| 60+ jr | 6.271 | 4.095 | 10.217 | 4.437 | 25.020 | |
| 48.671 | ||||||
| Vrouwen | ||||||
| 20-59 jr | 514 | 109 | 410 | 344 | 1.377 | |
| 60+ jr | 1.315 | 1.999 | 8.443 | 7.281 | 19.038 | |
|
|
||||||
| STERFTE DOOR ROKEN
|
||||||
| Mannen | ||||||
| 20-59 jr | 1.009 (89%) |
88 (77%) |
677 (41%) |
171 (51%) |
1.945 | |
| 60+ jr | 5.393 (86%) |
2.948 (72%) |
3.576 (35%) |
1.997 (45%) |
13.914 | |
| 23.721 (49%) |
||||||
| Vrouwen | ||||||
| 20-59 jr | 401 (78%) |
83 (76%) |
164 (40%) |
189 (55%) |
837 | |
| 60+ jr | 855 (65%) |
1.219 (61%) |
2.111 (25%) |
2.840 (39%) |
7.025 | |
| * LK | Longkanker (inbegrepen de sterfte aan kanker aan de overige ademhalingsorganen) |
| CARA | Chronische A-specifieke Respiratoire Aandoeningen |
| CHZ | Coronaire Hartziekten |
| (CVA) | Cerebrovasculaire Aandoeningen |
Bronnen:
RIVM (1997). Volksgezondheid Toekomst Verkenning. De som der delen. Eindredactie: D.
Ruwaard, P.G.N. Kramers. Amsterdam: Elsevier/Tijdstroom.
CBS (1996). Overledenen naar doodsoorzaak, 1995. Serie Al: volgens ICD, naar leeftijd
en geslacht. Voorburg/Heerlen: CBS.
In aanvulling op de VTV 1993 zijn met name dankzij het ERGO- onderzoek** inmibdels ook prevalenties voor de betreffende risicofactoren op oudere leeftijd beschikbaar gekomen. Hierdoor is een betere onderbouwing van de bijdragen aan gezondheidsproblemen op bevolkingsniveau beschikbaar gekomen. Een opvallend verschil met VTV 1993 is de afgenomen bijdrage van roken aan de sterfte, vooral als gevolg van de nu verdisconteerde lagere prevalentie van roken vanaf 60 jaar (met name onder de vrouwen) en de beschikbaarheid over cijfers geënt op de Nederlandse in plaats van Amerikaanse situatie.
**ERGO-onderzoek: Erasmus Rotterdam Gezondheid en Ouderen - van o.a.
lacqueline Witteman, Monique Breteler - vanaf 1990 - onder een kleine 8.000
mensen van 55 jaar en ouder uit de Rotterdamse wijk Ommoord - naar diverse
aandoeningen op oudere leeftijd.
Jacqueline Witteman heeft tevens een lezing over "vrouwen en roken" voor ons
verzorgd op het afsluitende congres van het themajaar "Stoppen met roken. Een
gezonde instelling" van de NHS en Stivoro in 1995.
Zn deze lezing voerde zij de volgende argumenten aan voor de lagere populatie
attributieve risico's van roken voor aan roken gerelateerde aandoeningen onder
vrouwelijke 60+-ers:
- (longkanker): meer oudere vrouwen hebben niet of langdurig niet gerookt
- (hart- en vaatziekten): oudere vrouwen hebben minder gerookt en bij vrouwen
op oudere leeftijd wordt de belangrijkheid van andere risicofactoren zoals hoge
bloeddruk en cholesterol groter.
Bron:
RIVM (1997). Volksgezondheid Toekomst Verkenning. De som der
delen. Eindredactie: D. Ruwaard, P.G.N. Kramers. Amsterdam:
Elsevier/Tijdstroom.